Kris Heeft Gelijk Want zeg nou zelf, ik héb toch gewoon gelijk?

Volwassen pizzadozen

March 9

Het was druk in de tram toen ik gisteravond vanaf Den haag Centraal naar huis probeerde te komen. Ik had geluk dat ik nog snel een plekje kon veroveren en het duurde dan ook niet lang voor er iemand naast me kwam zitten. Een meisje van een jaar of 14, dacht ik. Ze had een grote heerlijk geurende pizzadoos op schoot en stond druk te praten met een vriend en een vriendin. Ze hadden het erover dat de vader van vriend en vriendin moeilijk kon laten blijken dat hij om hun gaf, en juist daardoor als vervelend over kwam. Maar dat ze heus wel wisten dat het kwam doordat hij van ze hield. Alleen dat gebemoei daar had het vriendinnetje het niet zo op. “Ik ben toch geen klein kind meer.”

En daar zat ik tussen. Een meisje van 14 dat zich geen klein kind meer vond. Ik raakte een beetje in de war van deze uitspraak. Ik kan me nog goed herinneren hoe ik dat ook op z’n hardst riep op die leeftijd. Vond mezelf al veel volwassener dan dat iedereen me behandelde en had heus wel alle wijsheid in pacht. Gister in die bomvolle tram kwam ik erachter dat ik mezelf op 20-jarige leeftijd juist nog wel een klein meisje voelde. Ik voelde me plots een beetje een bedrieger.

Want ik doe dan wel grote-mensen dingen. Samenwonen, ondertrouw, bijna klaar met m’n bacheloropleiding, ga zo maar door. Maar ik voel me meer een klein meisje dan dat ik me tijdens m’n puberteit heb gevoeld. Ik kreeg plots het gevoel alsof ik alles maar een beetje voor spek en bonen deed. Het huishouden? Natuurlijk, doe ik even, en steeds beter en gestructureerder. Maar dat is heus niet hoe volwassen vrouwen dat doen. Een huis kopen? Tja, eigenlijk is dat meer Vriendlief die dat deed. Ik doe maar een beetje mee.

Ik ben de drang om direct volwassen te worden kwijtgeraakt. Ik bevind me in een veilige situatie waar ik rustig kan worden wie ik wil zijn. Een geweldige vriend die me steunt, aanspoort en liefheeft. Ouders die zelf ook weer moeten wennen aan de nieuwe rol waar ze zich in bevinden, maar die altijd voor me klaarstaan. Lieve vrienden, die me vooral goed begrijpen. Ik kan m’n gang gaan. En tot ik klaar ben om onder ogen te komen dat ik echt niet alleen maar voor spek en bonen mee doe, dat ik er best mag zijn als volwassen individu, blijf ik gewoon nog even een klein meisje. Want door de uitspraak van het pubermeisje besefte ik me dat daar helemaal niets mis mee is.

Dit is het land, waar grote mensen wonen.
Je hoeft er nog niet in: het is er boos.
Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen,
en altijd is er weer wat anders loos.

En in dit land zijn alle avonturen
hetzelfde, van een man en van een vrouw.
En achter elke muur zijn and’re muren
en nooit een eenhoorn of een bietebauw.

En alle dingen hebben hier twee kanten
en alle teddyberen zijn hier dood.
En boze stukken staan in boze kranten
en dat doen boze mannen voor hun brood.

Een bos is hier alleen maar een boel bomen
en de soldaten zijn niet meer van tin.
Dit is het land waar grote mensen wonen…
Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.

Annie M.G. Schmidt – Dit is het land.

Schoonmoeders

March 8

Het beeld dat van schoonmoeders gegeven wordt is niet al te positief. De beste vrouw komt er niet al te goed mee weg. Ze zou vervelend zijn, zich bemoeien en dingen niet begrijpen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik me totaal niet in dit beeld kan vinden. Omdat Vriendliefs ouders gescheiden zijn heb ik zelfs een schoonmoeder en een stief-schoonmoeder. En hoewel beide benamingen een negatieve connotatie hebben, zijn deze in mijn geval absoluut niet zo bedoeld. Vriendlief heeft leuke ouders en ik kan het met allemaal goed vinden.

“Ik ben verloofd”, zei ze gister dan ook toen ze binnen kwam lopen en de ring liet zien. Grappend, dat wel, want het was allemaal niet serieus bedoeld. “Ben ik lekker mee, krijg ik ook nog eens een stief-schoonvader”, was mijn reactie. Een beetje plagen, want je hoort je schoonmoeder nou eenmaal niet lief te vinden.

“Die heb ik ook ooit gelezen, lang geleden, nog voor ik naar Frankrijk ging. Ik moet een jaar of 18 zijn geweest”, zei ze, over de Guus Flater stripboeken. “Dat is dan wel héél lang geleden”, riep ik met een knipoog. Ze keek alsof ze in shock was. “Nou, begrijp jij dat nou”, zei ze tegen Opa. “Loop ik tegen iedereen te verkondigen dat ik zo’n leuke schoondochter heb en dan krijg ik dit.” Opa nam het voor mij op. Eén van de vele redenen waarom ik zo gek op die man ben.

“Eigenlijk ben jij heel slim”, concludeerde ze. “Je houdt al heel lang vol dat je dommig en onhandig bent. Ook al zou je dat imago al lang op kunnen geven. Je gaat er maar mee door. Heel overtuigend. Eigenlijk ben je dus heel slim.” En we lachten allemaal. Want nog geen seconde daarvoor had ik weer eens een lompe actie uitgehaald.

“O nee, het is allemaal mijn schuld geweest!” riep ze, terwijl de ANWB-meneer de accu van Opa’s auto op kwam laden toen ze naar huis wilden gaan. “Ik heb de lampen niet uitgedaan na het parkeren.” Ik wilde een opmerking maken dat ze het me zo wel heel moeilijk maakte om geen flauwe schoonmoeder grappen te maken hoor. Maar juist op dat moment riep Opa dat het zijn schuld was, want híj had de auto nog even goed gezet. Dat hij het piepje wel had gehoord, maar het niet geregistreerd had als zijnde ‘de-lichten-staan-nog-aan’. Ze hadden een discussie wiens schuld het dan was. “Eigenlijk een beetje van jullie allebei”, zei ik. “Daar scoor je weer punten mee, schoondochter!” was de conclusie.

Dus toen de accu weer genoeg was opgeladen, konden ze weer wegrijden. Opa met zijn nieuwe grote liefde (Stief-schoonoma) en een fles drank die ze van ons mee mochten nemen zielsgelukkig achterin. Schoonmoeders voorin, hard over een drempel rijdend en blij dat ze weg konden gaan. Zwaaiend bedacht ik me dat ik blij was dat ze weer weg konden, maar niet per se blij was dat ze weg gingen.

Lentekriebels

March 3

Ook ik ontkom er niet aan. Het zonnetje schijnt en het begint te kriebelen. En dan helpt het niet mee dat je in een huis zit waar nog zo veel kan en moet gebeuren. Kleine dingetjes, waar ik spontaan dolgelukkig van word als ze gedaan zijn. De keuken is netjes opgeruimd, de was zit in de machine, de woonkamer is even met een sopje afgenomen en zelfs de vloer is gestofzuigd. Met de nieuwe stofzuiger wel te verstaan, die goddelijk zuigt en ik spontaan de beste aankoop ever vind. Waar je al niet blij van kan worden.

Bovendien staat sinds dit weekend de tweede boekenkast boven op de gang. De grote boekenkast in de woonkamer is voor onze mooie boeken, de boeken waar we allebei graag naar kijken en trots op zijn. Gezien die kast nog niet af is, staan al mijn mooie boeken boven nog in dozen. De tweede boekenkast, die boven op de gang staat, is voor de andere boeken. Dat komt vooral neer op mijn boeken die Vriendlief niets vindt. De gang moet nog gestukt worden, maar we besloten van het weekend hem gewoon neer te zetten en in te ruimen. Hij kan makkelijk verplaatst worden. Sindsdien borrel ik van geluk als ik naar boven loop. Of ik ze nu in het mooie zonnetje zie staan of gezellig verlicht door ons hippe peertje.

Boeken!

Boeken!

Ja, er moeten nog meer boeken in. Ze moeten ook nog op een logischere manier worden neergezet. Er moet nog worden schoongemaakt en ga zo maar door. Maar voor nu staan ze even. En ze staan gezellig.

Of ons prachtige bureau. Zelf gemaakt. Zelf bedacht. Zelf uitgevoerd. En we hebben niet eens elkaars koppen in willen slaan. Ons bureau met een plekje voor ons beiden. Eén van hem en één van mij. En toch samen. Toen vrijdag Vriendliefs nieuwe beeldscherm binnenkwam en ik zijn oude beeldscherm over kon nemen, was mijn plekje aan het bureau ook ineens echt mijn plekje. Mijn eigen plekje, helemaal van mij. En toch gezellig vlakbij hem. Het voelt perfect.

Heerlijk plekje aan het bureau

Heerlijk plekje aan het bureau

Het huis wordt langzaam aangekleed. Het wordt af. Het wordt warm. Het wordt ons. Het wordt thuis.

Kibbelen

February 27

Hij vindt mijn scherm te klein. Ik vind zijn scherm te groot. Gelukkig maar, want anders zouden we ruzie maken wie op welk scherm mag werken.

Verschil moet er zijn

Verschil moet er zijn

Zo zal je altijd zien

February 25

Soms heb je van die dagen. Dagen dat je haar goed zit, maar het door dat kleine stukje door de miezerregen lopen niet meer zit. Dat je besluit de bus te pakken, omdat het regent, maar dat de bus te laat komt waardoor je bijna te laat bent. Je straf, omdat je niet braaf bent gaan lopen. Dat je op de terugweg toevallig de bus aan ziet komen rijden en besluit er maar in te springen. Maar onderweg blijkt er ergens een verkeersopstopping te zijn en dat je sneller was geweest als je was gaan lopen. Je straf, omdat je niet braaf bent gaan lopen. Dat je met twee loodzware tassen naar huis loopt en erg blij bent dat er halverwege een stoplicht staat. Maar dat die net op groen staat als je aan komt lopen en je wel door moet lopen, omdat hij rond dat tijdstip maar eens in de tien minuten ofzo op groen springt. Waarschijnlijk ook je straf omdat je vandaag twee keer de bus verkoos boven braaf lopen.

Soms heb je van die dagen. Is ‘ie al over?

Comeback from writersblock

February 22

Omdat ik weer van woorden wil genieten. M´n fantasie weer op hol wil laten slaan. Dat wil delen. Wil oefenen, wil leren, wil verbeteren. Omdat ik weer verslaafd wil zijn aan het schrijven. Schrijven zonder alles om te moeten zetten in een wetenschappelijkere stijl. Ik hou van woorden omdat ze wat bij me teweeg brengen. Ik wil weer schrijven om wat bij anderen teweeg te brengen. Om de kick van het gelezen worden. Dus ik ben gewoon weer begonnen. Ik schreef woord voor woord en ben zowaar nerveus om het aan anderen te laten lezen. Ik wil weer het zelfvertrouwen dat ik ooit in mijn schrijven terug. Omdat ik wil schrijven.

Ik hoop dat ik jullie kan boeien om te lezen.

***

De oude man zat op zijn knieën op de grond. Zijn vaalblauwe pyjama was op de knieën nog bleker dan normaal. De grijsaard zat voorover gebogen, een klein hompje mens ergens bij hem op schoot gewurmd. Ze zaten zachtjes te praten met elkaar. Heel even bleef hij in de deuropening staan terwijl hij toekeek. De grote boekenkasten leken sinister te kijken in de slecht verlichte kamer. Uiteindelijk kwam hij uit de deuropening en liep hij naar voren. Hij kon nu ook horen waar het gesprek over ging. “Dus pas goed op m’n beste, je weet maar nooit wanneer ze tevoorschijn komen. Ze zijn overal.” De kleine jongen knikte met grote ogen naar zijn grootvader. In zijn hand hield het jongentje stevig grootvaders zakhorloge vast. Het klokje was een erfstuk en al jaren pa’s meest geliefde bezit. En nu hield zijn zoon het in zijn kleine handjes geklemd als ware het zijn liefste pluchen troetelbeest.

“Kom je Jack, het is bedtijd.” De twee mannen keken geschrokken op, beiden hadden hem nog niet gezien. De jongen sprong overeind en rende naar zijn vader toe. “Kijk eens wat ik van opa heb gekregen!” Hij zwaaide het handgemaakte Zwitserse horloge voor zijn ogen en glunderde als een puberale jongeman met rode oortjes. “Zo, dat is een mooi horloge Jack. Wees er maar heel voorzichtig mee. Opa is altijd erg zuinig op dat klokje geweest.” De jongeman schudde zijn hoofd. “Nee papa, ik moet hem juist vernietigen. Opa heeft gezien dat het stiekem een camouflagedrakenpuppy is.” “Geen puppy m’n beste, ik geloof dat ze het een jong noemen”, onderbrak senior hem. De jongen knikte. Hij zuchtte. “Begin je nu weer over die camouflagedraken Pa? Ik dacht dat je nu wel begreep dat zoiets niet bestaat.” Hij ging door zijn knieën en kwam op ooghoogte met de kleine man. “Ga jij maar vast je tanden poetsen, dan kom ik je zo instoppen. Dan hebben we het nog wel even over dat horloge.” De jongen gaf zijn vader een zoen en rende met zijn korte beentjes de warme gang op. “Weltrusten m’n beste!” riep de ietwat verwarde grootvader het mannetje nog na.

Sinds er een bouwterrein naast het bejaardencentrum van zijn vader was, schreeuwde senior continu fabeltjes over camouflagedraken. De verpleging had zijn grollen aangezien voor het onbegrip van technologie, in de war, ingehaald door de tijd. De bulldozers en allerlei anders waren dan ook beangstigend voor een dementerende man. Maar toen de waanideeën heel zijn leven begonnen te domineren, greep de verpleging in en was senior weer even bij de familie komen wonen. “Je moet ophouden met hem m’n beste noemen pa, hij heeft een naam. Jack. Hij begint op school tegen zijn vriendjes te zeggen dat hij geen Jack heet, maar beste.” De man keek hem eerst verward aan. Toen zijn borstelige wenkbrauwen vanuit standje verbaasd naar standje boos gingen, begon de woedeaanval. Hij gooide zijn armen in de lucht, terwijl hij raaskallend begon dat hij het niet verkeerd bedoelde, en dat Jack toch zeker ook zijn beste was. Hij trok afwezig aan de stropdas die nog uit gewoonte om zijn nek hing. Zijn ongelijk vastgeknoopte pyjamahemd maakte het totaalbeeld van verwarde oude gek compleet. Hij kon het niet aan om de discussie verder door te voeren. “Stil maar pa, het is al goed”, zei hij uiteindelijk om hem te kalmeren. Resoluut stopte de man met zijn tirade. Hij werd ineens indringend aangekeken door twee helderblauwe ogen, ietwat flets door de jaren en alles wat ze gezien hadden. De tranen stonden erin. “Je moet die jongen tegen de draken beschermen zoon. Het is een beste jongen, hij is mijn beste. En ik wil niet dat die verdomde draken zijn hoofd binnendringen net zoals ze mij zijn komen halen.”

Zijn bui sloeg sneller om dan de oude man kon knipperen. “En nu ga ik naar mijn kamer. Slapen. Het is immers kinderbedtijd. Doe jij dadelijk de deuren op slot? Dan kunnen de draken niet binnen komen.” Resoluut draaide senior zich om en liep de kamer uit, op weg naar zijn bed. Verward bleef hij achter, kijkend naar de broekspijpen van de pyjama die twintig centimeter boven zijn afgetrapte sloffen ophielden. Hij vroeg zich af of hij zijn vader niet serieuzer moest nemen. Als het geraaskal van dronkenmannen en de fantasie van kinderen als waarheid wordt bestempeld, hoe zat het dan met de waanideeën van een weer kind geworden dementerende man?

Zo’n apart gevoel

February 15

Ik ben een gevoelsmens. Ik voel altijd wel iets en vind een gevoel een legitiem argument. Dat is af en toe wel lastig, want niet iedereen voelt hetzelfde als ik voel. En een gevoel uitleggen is nooit erg makkelijk. Want hoe leg ik in godsnaam uit hoe ik me voel als ik een middeleeuws gevoel heb? Kan ik er vanuit gaan dat mijn gesprekspartner weet dat ‘de donkere middeleeuwen’ slechts een humanistische uitvinding zijn? Kan ik er überhaupt vanuit gaan dat mijn gesprekspartner zich een voorstelling van een middeleeuws gevoel kan maken?

Zo stonden Vriendlief en ik vorige week te klussen in de gang. We waren enigszins melig en zongen vreemde liedjes. Niet veel later werd ik zo melig dat ik een gek dansje deed, mijn hoofd tegen de muur bonkte en een enorme schaafwond op mijn neus en een bloedneus daaraan overhield. Anyway, voor dat dat gebeurde vertelde ik Vriendlief onder het genot van 100% NL dat ik dat ene liedje van Nick en Simon leuk vond. Over die wijzende dominee. Hij kende het niet. Toen ik enige tijd later op het toilet zat en het nummer gedraaid werd, gooide ik dan ook resoluut de deur open en riep ik dat ik dít nummer bedoelde. Een leuk nummer, zo was de conclusie. “Daar krijg ik een middeleeuws gevoel van”, zei ik hem nog.

Het nummer bleef hangen. Toen we ’s avonds onderuit gezakt zaten zat het bij ons beide nog in het hoofd. “Lekker nummer he, dat over die hoer en die keizer.” “Die hoer en die keizer? Zingen ze dat. Ik versta alleen iets over een wijzende dominee”, antwoordde ik. “Nee,” zei Vriendlief stellig, “ze zingen daarvoor iets over een hoer en een wijze.” Om zijn woorden kracht bij te zetten zocht hij het nummer op. Terwijl youtube het nummer begon te spelen, las hij de reacties door. “Hé, het is helemaal niet van Nick en Simon! Het is van de 3J’s. Maar er zijn nog veel meer mensen die dachten dat het van hun was.” Ik grinnikte en luisterde naar de muziek.

Mijn middeleeuwse dominee, die er heel eerlijk gezegd gewoon als een dikke monnik uitziet in mijn hoofd, wordt sindsdien bijgestaan door een goedgevulde dame en een vunzige keizer die haar nastaart. Het geeft me een middeleeuws gevoel.

Snapt u wat ik bedoel?

Rust

February 8

Mijn huiskamer is vrij van dozen. Het stof dat de gang domineert is de huiskamer uitgeveegd en uitgedweild. Ik durf op mijn sokken in de huiskamer te lopen, niet bang voor zwarte sokken of kleine schroefjes die in mijn voet prikken. Hetzelfde geldt voor de slaapkamer. Geen stapels met rotzooi, geen dozen waar ik uit moet leven. Gewoon een bed waar ik op kan liggen, geen matras op de tochtende grond. Een gevulde kast, waar ik mijn spullen uit kan pakken. Hoewel er nog een miljoen dingen moeten gebeuren en de rest van het huis nog een enorme zooi is -om over de tuin nog niet eens te spreken-, begint er rust in mijn huis te komen. En daarmee ook rust in mijn hoofd.

Ik durf weer aan andere dingen dan mijn huis te gaan denken. College bijvoorbeeld, wat ook druk genoeg gaat worden de komende maanden. Buiten het afmaken van ons huis ben ik namelijk ook nog van plan dit jaar mijn bachelordiploma te behalen. De rust is wedergekeerd, tijd om mijn tijd weer vol te plannen.

Wat er mis kan gaan…

February 3

…gaat er bij mij meestal ook mis. Zo gaat er tijdens de verbouwing ook genoeg mis. Sommige dingen zijn onze eigen stomme schuld, andere dingen ligt geheel bij de ander.

Zo dachten Vriendlief en zijn vader goed uit waar de twee lampjes boven de wastafel moesten komen. Daaronder zou de spiegel komen en op dezelfde hoogte als de lampjes zouden twee stopcontacten komen. Nadat de gaten waren geboord en we de wastafel aan het installeren waren, kwamen we tot de conclusie dat de stopcontacten op deze manier precies achter de kranen zouden zitten. Oeps. Gaten gedicht en nieuwe gemaakt.

We hebben in de keuken een losse 4-pits kookplaat. Hier zat een glazen klep overheen. Een uiterst lelijke glazen klep wel te verstaan. Van het weekend hoorden we ineens een enorme knal. Vriendliefs vader had zijn sigaret met één van de pitjes aangestoken, vergeten de pit weer uit te doen en de klep dichtgedaan. Die was dus ontploft. Overal glas, een zich schuldig voelende schoonvader en een boel gelach. Gelukkig vonden we hem toch al erg lelijk.

Maar wat niet onze schuld was, is bijvoorbeeld dat het bed en de kast gister pas zijn bezorgd. Ik had 1,5 week geleden een afspraak gemaakt met de Wehkamp zodat ze hem vorige week dinsdag zouden komen leveren. De dame waar ik de afspraak mee maakte was ronduit een trut. Dinsdag zaten we dus te wachten, tot de telefoon ging. De Wehkamp, om een afspraak te maken wanneer het bed en de kast geleverd zouden worden. Nou, die zou vandaag moeten komen, zei ik nog. Maar nee, nergens een afspraak. Ze konden wel zien dat ik de zaterdag ervoor had gebeld, maar een afspraak stond niet in het systeem. Na een klacht van Vriendlief kregen we welgeteld 20 euro korting (de bezorgingskosten waren 25 euro). Whoep-ti-doo. Gister kwamen gelukkig ein-de-lijk de kast en het bed.

De zelfgemaakte (prachtige!) boekenkast-bureau-combi moest gebeitst en afgelakt worden. Een mooie klus voor Kris. We hadden drie potten lak. Pot 1, maanden terug gekocht om de tafel te lakken. Pot 2 en 3, van de week gekocht. Allemaal hetzelfde merk en kleurnummer. Het bureau bestaat uit drie grote platen. Met Pot 1 kon ik net 2 van deze platen beitsen. Toen ik een nieuwe pot opende om de laatste plaat te beitsen, bleek deze kleur een stuk lichter te zijn. Zal vast komen omdat het potje al zo oud was en ik niet goed geroerd had volgens de mannen (constateer het gemak waarmee de schuld op mij wordt afgeschoven). Toen ik echter halverwege de boekenkast pot 3 moest openen, was deze weer dezelfde donkere kleur als pot 1. Terug in de winkel met een klacht bleek dat pot 2 uit een batchnummer met een productiefout kwam. Helaas waren wel alle potten beits van deze kleur op, dus ik zit nu met een half ongebeitste, half in de verkeerde kleur gebeitste en ongelakte kast.

Het zal ook eens meezitten.

Wat is en wat nog zal komen

January 25

Ondertussen hebben we al 2,5 week de sleutel. Tijd (en vooral puf) om uitgebreid te bloggen heb ik niet. Ik lees ’s avonds nog wel alle blogs die ik volg, maar reageren gaat niet. Daar moet je voor nadenken en die functie wordt na half 6 uitgeschakeld. Even een blogje om jullie even heel kort op de hoogte te stellen. Excuus voor het ‘ik-typ-maar-gewoon-door-zonder-over-woordkeus-of-opbouw-na-te-denken’-gehalte. Het is momenteel het enige dat ik kan.

De slaapkamer is in allerlei mooie nieuwe kleuren geverfd. Het grijs wat we hadden uitgezocht blijkt ergens tussen blauw en paars te zijn in het echt. We hebben ook een nieuw bed en een nieuwe kast uitgezocht, deze worden morgen eindelijk geleverd. We slapen al sinds de eerste week in het nieuwe huis, dus na 2 weken met matras op de grond slapen zijn we het een beetje zat.

De woonkamer is helemaal gestukt. Ziet er prachtig uit! Al het houtwerk is geverfd, alle muren zijn geverfd en de kleuren zien er prachtig uit. We hebben een enorm bureau gemaakt, die overloopt in een boekenkast. Ik ben beretrots op ons zelfgemaakte plekje en misschien nog wel trotser op onze samenwerking.

De badkamer is van dak ontdaan, heeft een nieuw dak gekregen, heeft nieuwe dakbedekking gekregen en zelfs een paar nieuwe stukken muur. De tegels op de muren zijn al gezet, het bad zit er al in, de wasmachine en droger staan er en hebben hun eerste wassen al gedraaid en de wastafel en kranen zijn geïnstalleerd. Op de vloertegels, de douchewand, de gipsplaten en het stuken van de gipsplaten na is het dus helemaal af. Niet slecht, een hele nieuwe badkamer in minder dan een maand. Schoonvaders komt zo snel hij kan de vloertegels leggen. Dan kunnen we alles afmaken.

In de rest van het huis is ook genoeg gebeurd. We hebben een nieuwe koelkast, die zo groot was in onze te kleine gang dat hij door het gat in de tussenmuur moest om op zijn plek te komen. Aangezien dat gat nu netjes dicht is krijgen we hem nooit meer mee mochten we verhuizen. De hele gang is gesloopt, die wordt als laatste mooi gemaakt. Net zoals het trappengat. Gister hebben we alle spullen van Vriendlief van 19 hoog naar beneden gehaald, in een vrachtwagen gezet en alles weer in ons nieuwe stulpje naar binnen gebracht. Ik zit dus heerlijk op de bank, met een tafel waar ik zomaar spullen op kan zetten. Het blijkt dat er een aanrecht onder alle zooi in mijn keuken zit en kennelijk is die afvalplaats vlak achter mijn achterdeur een tuin.

Maar er moet ook nog genoeg gebeuren. Van de zomer wordt er dubbelglas geplaatst en gaan we al het buitenwerk schilderen. Het bureau moet nog geschuurd en geschilderd worden. Als ik klaar ben met dit blogje, ga ik de (precies-wat-we-zochten-en-voor-maar-50-euro-op-marktplaats-gekochte) salontafel aflakken. Er moet nog zo enorm veel, maar dat geeft niet. Ik heb de tijd. Toen ik me vanochtend inschreef bij de gemeente Den Haag, naar Vriendliefs oude huisje ging en daar vertrok, wist ik dat alles goed zat. Ik had het gevoel naar huis te vertrekken toen ik de deur achter hem dichttrok. En zo is het maar net.

« Older Entries

Kris.heeftgelijk.nl is de weblog van Kris, een eigenwijze jonge twintiger die ooit besloot altijd gelijk te hebben, ook al heeft ze dat niet. Haar avonturen zijn hier te volgen en ze heeft graag dat je haar volgt, want stiekem (en minder stiekem) is het haar grote wens om later bekend auteur te worden. Omdat het nog lang geen later is en grote dromen ook klein moeten beginnen, schrijft zij hier haar gedachtes. Op die manier hoopt ze dat later minder eng wordt terwijl het dichterbij komt en dat de kleine droom uit kan groeien.