Volwassen pizzadozen
Het was druk in de tram toen ik gisteravond vanaf Den haag Centraal naar huis probeerde te komen. Ik had geluk dat ik nog snel een plekje kon veroveren en het duurde dan ook niet lang voor er iemand naast me kwam zitten. Een meisje van een jaar of 14, dacht ik. Ze had een grote heerlijk geurende pizzadoos op schoot en stond druk te praten met een vriend en een vriendin. Ze hadden het erover dat de vader van vriend en vriendin moeilijk kon laten blijken dat hij om hun gaf, en juist daardoor als vervelend over kwam. Maar dat ze heus wel wisten dat het kwam doordat hij van ze hield. Alleen dat gebemoei daar had het vriendinnetje het niet zo op. “Ik ben toch geen klein kind meer.”
En daar zat ik tussen. Een meisje van 14 dat zich geen klein kind meer vond. Ik raakte een beetje in de war van deze uitspraak. Ik kan me nog goed herinneren hoe ik dat ook op z’n hardst riep op die leeftijd. Vond mezelf al veel volwassener dan dat iedereen me behandelde en had heus wel alle wijsheid in pacht. Gister in die bomvolle tram kwam ik erachter dat ik mezelf op 20-jarige leeftijd juist nog wel een klein meisje voelde. Ik voelde me plots een beetje een bedrieger.
Want ik doe dan wel grote-mensen dingen. Samenwonen, ondertrouw, bijna klaar met m’n bacheloropleiding, ga zo maar door. Maar ik voel me meer een klein meisje dan dat ik me tijdens m’n puberteit heb gevoeld. Ik kreeg plots het gevoel alsof ik alles maar een beetje voor spek en bonen deed. Het huishouden? Natuurlijk, doe ik even, en steeds beter en gestructureerder. Maar dat is heus niet hoe volwassen vrouwen dat doen. Een huis kopen? Tja, eigenlijk is dat meer Vriendlief die dat deed. Ik doe maar een beetje mee.
Ik ben de drang om direct volwassen te worden kwijtgeraakt. Ik bevind me in een veilige situatie waar ik rustig kan worden wie ik wil zijn. Een geweldige vriend die me steunt, aanspoort en liefheeft. Ouders die zelf ook weer moeten wennen aan de nieuwe rol waar ze zich in bevinden, maar die altijd voor me klaarstaan. Lieve vrienden, die me vooral goed begrijpen. Ik kan m’n gang gaan. En tot ik klaar ben om onder ogen te komen dat ik echt niet alleen maar voor spek en bonen mee doe, dat ik er best mag zijn als volwassen individu, blijf ik gewoon nog even een klein meisje. Want door de uitspraak van het pubermeisje besefte ik me dat daar helemaal niets mis mee is.
Dit is het land, waar grote mensen wonen.
Je hoeft er nog niet in: het is er boos.
Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen,
en altijd is er weer wat anders loos.
En in dit land zijn alle avonturen
hetzelfde, van een man en van een vrouw.
En achter elke muur zijn and’re muren
en nooit een eenhoorn of een bietebauw.
En alle dingen hebben hier twee kanten
en alle teddyberen zijn hier dood.
En boze stukken staan in boze kranten
en dat doen boze mannen voor hun brood.
Een bos is hier alleen maar een boel bomen
en de soldaten zijn niet meer van tin.
Dit is het land waar grote mensen wonen…
Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.
Annie M.G. Schmidt – Dit is het land.



Laatste comments