Comeback from writersblock
Omdat ik weer van woorden wil genieten. M´n fantasie weer op hol wil laten slaan. Dat wil delen. Wil oefenen, wil leren, wil verbeteren. Omdat ik weer verslaafd wil zijn aan het schrijven. Schrijven zonder alles om te moeten zetten in een wetenschappelijkere stijl. Ik hou van woorden omdat ze wat bij me teweeg brengen. Ik wil weer schrijven om wat bij anderen teweeg te brengen. Om de kick van het gelezen worden. Dus ik ben gewoon weer begonnen. Ik schreef woord voor woord en ben zowaar nerveus om het aan anderen te laten lezen. Ik wil weer het zelfvertrouwen dat ik ooit in mijn schrijven terug. Omdat ik wil schrijven.
Ik hoop dat ik jullie kan boeien om te lezen.
***
De oude man zat op zijn knieën op de grond. Zijn vaalblauwe pyjama was op de knieën nog bleker dan normaal. De grijsaard zat voorover gebogen, een klein hompje mens ergens bij hem op schoot gewurmd. Ze zaten zachtjes te praten met elkaar. Heel even bleef hij in de deuropening staan terwijl hij toekeek. De grote boekenkasten leken sinister te kijken in de slecht verlichte kamer. Uiteindelijk kwam hij uit de deuropening en liep hij naar voren. Hij kon nu ook horen waar het gesprek over ging. “Dus pas goed op m’n beste, je weet maar nooit wanneer ze tevoorschijn komen. Ze zijn overal.” De kleine jongen knikte met grote ogen naar zijn grootvader. In zijn hand hield het jongentje stevig grootvaders zakhorloge vast. Het klokje was een erfstuk en al jaren pa’s meest geliefde bezit. En nu hield zijn zoon het in zijn kleine handjes geklemd als ware het zijn liefste pluchen troetelbeest.
“Kom je Jack, het is bedtijd.” De twee mannen keken geschrokken op, beiden hadden hem nog niet gezien. De jongen sprong overeind en rende naar zijn vader toe. “Kijk eens wat ik van opa heb gekregen!” Hij zwaaide het handgemaakte Zwitserse horloge voor zijn ogen en glunderde als een puberale jongeman met rode oortjes. “Zo, dat is een mooi horloge Jack. Wees er maar heel voorzichtig mee. Opa is altijd erg zuinig op dat klokje geweest.” De jongeman schudde zijn hoofd. “Nee papa, ik moet hem juist vernietigen. Opa heeft gezien dat het stiekem een camouflagedrakenpuppy is.” “Geen puppy m’n beste, ik geloof dat ze het een jong noemen”, onderbrak senior hem. De jongen knikte. Hij zuchtte. “Begin je nu weer over die camouflagedraken Pa? Ik dacht dat je nu wel begreep dat zoiets niet bestaat.” Hij ging door zijn knieën en kwam op ooghoogte met de kleine man. “Ga jij maar vast je tanden poetsen, dan kom ik je zo instoppen. Dan hebben we het nog wel even over dat horloge.” De jongen gaf zijn vader een zoen en rende met zijn korte beentjes de warme gang op. “Weltrusten m’n beste!” riep de ietwat verwarde grootvader het mannetje nog na.
Sinds er een bouwterrein naast het bejaardencentrum van zijn vader was, schreeuwde senior continu fabeltjes over camouflagedraken. De verpleging had zijn grollen aangezien voor het onbegrip van technologie, in de war, ingehaald door de tijd. De bulldozers en allerlei anders waren dan ook beangstigend voor een dementerende man. Maar toen de waanideeën heel zijn leven begonnen te domineren, greep de verpleging in en was senior weer even bij de familie komen wonen. “Je moet ophouden met hem m’n beste noemen pa, hij heeft een naam. Jack. Hij begint op school tegen zijn vriendjes te zeggen dat hij geen Jack heet, maar beste.” De man keek hem eerst verward aan. Toen zijn borstelige wenkbrauwen vanuit standje verbaasd naar standje boos gingen, begon de woedeaanval. Hij gooide zijn armen in de lucht, terwijl hij raaskallend begon dat hij het niet verkeerd bedoelde, en dat Jack toch zeker ook zijn beste was. Hij trok afwezig aan de stropdas die nog uit gewoonte om zijn nek hing. Zijn ongelijk vastgeknoopte pyjamahemd maakte het totaalbeeld van verwarde oude gek compleet. Hij kon het niet aan om de discussie verder door te voeren. “Stil maar pa, het is al goed”, zei hij uiteindelijk om hem te kalmeren. Resoluut stopte de man met zijn tirade. Hij werd ineens indringend aangekeken door twee helderblauwe ogen, ietwat flets door de jaren en alles wat ze gezien hadden. De tranen stonden erin. “Je moet die jongen tegen de draken beschermen zoon. Het is een beste jongen, hij is mijn beste. En ik wil niet dat die verdomde draken zijn hoofd binnendringen net zoals ze mij zijn komen halen.”
Zijn bui sloeg sneller om dan de oude man kon knipperen. “En nu ga ik naar mijn kamer. Slapen. Het is immers kinderbedtijd. Doe jij dadelijk de deuren op slot? Dan kunnen de draken niet binnen komen.” Resoluut draaide senior zich om en liep de kamer uit, op weg naar zijn bed. Verward bleef hij achter, kijkend naar de broekspijpen van de pyjama die twintig centimeter boven zijn afgetrapte sloffen ophielden. Hij vroeg zich af of hij zijn vader niet serieuzer moest nemen. Als het geraaskal van dronkenmannen en de fantasie van kinderen als waarheid wordt bestempeld, hoe zat het dan met de waanideeën van een weer kind geworden dementerende man?






Hoera, Kris is back.
(dit is alleen maar goed voor een iets groter tuinhuisje)
I like! De eerste alinea vroeg ik me af ‘waar gaat dit heen? kan dit mij boeien?’ But it did! I like!
Meisje, je betoverd me. Nu wil ik weten wat camouflagedraken zijn!
U definitely deserve a big applause for ur post and most specifically, ur site as a whole. Very high quality thing.