My only friend, the end

Ik ben niet muzikaal. Laat dat letterlijk en figuurlijk voorop staan. Ik hoor weinig verschil in toonhoogte, ben onbekend met ritmegevoel, kan geen noten lezen en hoor ik niet of iets zuiver is of niet. Als iemand me vraagt hoger te zingen, zorg ik dat ik scheller klink en als ik lager moet zingen, zorg ik dat ik brommeriger klink. Daarbij vind ik het noodzaak om omhoog te kijken als ik hoog moet zingen en krimp ik in als ik lager moet zingen. Muzikaliteit is een abstract iets waar ik onbekend mee ben.

Ik ben ook niet zo stapel op muziek als je tegenwoordig wordt geacht te zijn. Ik kan makkelijk dagen, wellicht zelfs weken, zonder muziek. Dat neemt echter niet weg dat ik wel erg gelukkig kan worden van muziek. Ik ben iemand die vooral naar tekst luistert, de muziek zelf doet me minder (wellicht dat dat iets te maken heeft met het niet kunnen horen van toonhoogtes en dergelijke). Toch raakt muziek me. Ik word gelukkig van de herinneringen die ik eraan heb. Van de beelden die de tekst bij me oproepen. En soms gewoon omdat ik zonder duidelijke reden kippenvel krijg van een nummer. Sommige muziek vind ik mooi omdat ik zo gek ben op de stem van de zanger, of de hele air om de band heen. Echt zeggen dat ik een specifieke muzieksmaak heb kan ik niet.

Vandaag is een dag dat ik ineens weer erg verliefd ben op muziek. Tijdens het leren voor een tentamen aanstaande maandag heb ik weer fijne muziek op staan. Ik wil mijn liefde delen vandaag.

>-

Het nummer dat me iedere keer weer kippenvel bezorgd, mee laat blèren. Het nummer dat op mijn begrafenis gedraaid mag worden. Het nummer dat ik met mijn liefste vriendinnetje keihard meezong in een volle kroeg. Het nummer dat altijd een glimlach op mijn gezicht weet te toveren. Het nummer dat me op mijn luchtdrumstel mee laat drummen. I don’t believe that anybody feels, the way I do about you now

>-

Het nummer dat me altijd weet te roeren. Dat me doet denken aan Ryan Philleppe in Cruel Intentions en me daardoor gelukkig en verdrietig maakt. Gelukkig omdat ik het zo’n sexy gozer vind in die film en verdrietig omdat hij in de scène met dit nummer sterft. Het nummer waarin ik de violen letterlijk kan zien. Het nummer waardoor ik me ineens muziekkenner waan. I let the melody shine, let it cleanse my mind, I feel free now. But the airways are clean and there’s nobody singing to me now

>-

Het nummer waar ik mee opgroeide. Waar ik niet bij stil kan blijven zitten. Het nummer waar ik letterlijk luchtkastelen bij zie zodra ik het hoor. Het nummer waarbij ik denk aan die aap met z’n gitaar, die geen seconde stil kan staan en maar blijft springen. Het nummer dat kippenvel op mijn kippenvel maakt. En dat enkel door het instrumentale stuk. Come see victory, in the land called fantasy loving life, a new decree, bring your mind to everlasting liberty

>-

Het nummer dat me doet denken aan de eerste paar maanden van mijn relatie. Het nummer dat de vlinders van een beginnende liefde weer terugtovert. Het nummer waar die gekke baby uit Ally McBeal op danst waar ik altijd zo om moet lachen. I’m hooked on a feeling. I’m high of believing. That you’re in love with me.

>-

Het nummer dat onmogelijk is om zittend te beluisteren. Het nummer waarbij altijd gesprongen moet worden. Het nummer waarop schoonzuster niet wist wat haar overkwam toen ze achterin de auto zat en Vriendlief en ik op volumestand 32 meeschreeuwden. Het nummer dat zorgt voor een glimlach en gelukshormonen. This is your time, forget all your weekdays, tonight we’re going to party like rockstars and DJ’s.

>-

Het nummer dat het best te beluisteren is als de gitaren letterlijk door de kamer snoeien. Het nummer door Jim in zijn LSD periode, mijn mooie Jim, ook al is ‘ie al 40 jaar dood. Het nummer dat de magie van The Doors weergeeft, al kan ik er nooit mijn vinger op leggen wat die magie dan precies is. Z’n mooie stem, ook al wordt die stem mooier, rauwer, als hij later in z’n alcohol periode komt. Father? -Yes, Son? -I want to kill you

>-

Het nummer waarbij ik geen flauw idee heb waar het eigenlijk over gaat. Sowieso begrijp ik weinig van de lyrics’ van heel Stadium Arcadium. Het nummer wat ik het liefst draai in Leiden onderweg van de trein naar de uni; zowel in de zomer als de winter, zomers omdat ik zo blij word van de melodie, ’s winters omdat ze toch over sneeuw zingen en ik er magische beelden bij krijg. Omdat ‘ie zo mooi gepassioneerd zingt. En z’n haar zo lekker wild zit. Another perfect wonder.

>-

Zo hard mogelijk graag. En als ik dit nummer luister, staat het minstens een uur op repeat. Het nummer waarbij ik het liefste een zwierige jurk aantrek, mijn armen om mezelf heen wikkel, mijn ogen dichtdoe en rondjes wil draaien in de kamer. You move me, you move me, you move me around around, i guess

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • Twitter
  • RSS

Shakespare’s grote vraag

Ik kan niet anders stellen dan dat het een ware verslaving is. Twilight spookt door m’n hoofd en ik breng het dan ook graag alweer ter sprake. De bereidheid van Bella om haar hele bestaan met Edward door te brengen maar haar twijfel om met hem te trouwen intrigeert me. Omdat ze ‘niet dat meisje’ is. De twist tussen beide geliefden, omdat het zijn voorwaarde is. Omdat hij nou eenmaal uit een andere tijd komt. Omdat hij juist wel die jongen is.

Ik kan me in Edward vinden. Ik ben wel dat meisje. In oktober word ik geregistreerd partner van Vriendlief. Iets anders dan trouwen, maar desalniettemin een grote verbintenis. Was trouwen zoals we dat willen een realistische optie geweest had ik dat ook gedaan. Ik ben het meisje dat graag geborgenheid heeft, zekerheid heeft. Ik ben het meisje dat niet twijfelt aan haar liefde. Ik ben het meisje dat geen interesse heeft in een losse flirt met de zoveelste jongen. Ik ben het meisje dat niet bang is haar vrijheid te verliezen, enkel door me aan mijn liefde te binden. Ik ben het meisje dat niet rouwt om de ervaringen die ze als single vrouw nooit op heeft gedaan. Ik ben het meisje dat de ervaringen viert die ze wel heeft meegemaakt, zelfs in een relatie. Ik ben het meisje dat best kan flirten en daar van kan genieten. Maar ondertussen ben ik ook het meisje dat precies weet waar de lijn ligt en die nooit zal overschrijden, juist omdat die lijn me zoveel vastigheid geeft. Ik ben het meisje dat die zekerheid nodig heeft. Ik ben het meisje dat goed nadenkt over dingen, maar geen seconde zal twijfelen om me voor altijd aan hem te binden.
Dat maakt me misschien saai. Wellicht zelfs ouderwets in andermans ogen. Want hoe kan ik nou weten wat ik misloop als ik niet eens goed rondgekeken heb. Ik was immers pas een week 16 voordat ik aan deze relatie begon. Maar dat maakt me allemaal niets uit. Ik laat hem niet gaan om verder te zoeken. Waarom zou ik hem laten gaan om te zoeken? Zoeken naar hetgene dat ik bij hem al heb gevonden.

Ik ben het meisje met een blind geloof in de liefde. Misschien maakt dat me naïef. Maar zoals ik me door een wijs persoon ooit heb laten vertellen: ‘Zolang je in de liefde gelooft, geloof je genoeg.’ En zo is het maar net.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • Twitter
  • RSS

Onderliggende gedachtekronkels

Tijdens mijn studie heb ik naar redelijk wat literatuur gekeken. Dat doe ik overigens nog steeds, maar oude literatuur benader ik net even iets anders. Kennelijk heb ik er toch genoeg van opgepikt, want ik betrap mezelf er soms op dat ik over opvallende motieven in een boek aan het nadenken ben ofzo. Iets dat er eigenlijk niet toe doet, maar wat ik plots intrigerend vind.

Zo ook bij de Twilight boeken. Ik verbaas me erover hoe dik de tegenovergestelde motieven van Jacob en Edward naar voren blijven komen. Zowel in karakter als in acties. Edward die koud is, niet kan slapen, nooit eet en eigenlijk een einzelganger zou moeten zijn. Jacob die zo warm is dat het lijkt of hij koorts heeft, van uitputting in slaap valt, figuurlijke koeien verorbert en die familie centraal zet. De één overbeschermend, de ander die een gevaarlijk leven aanmoedigt. En zo zijn er nog wel dertig dingen waarin ze lijnrecht tegenover elkaar staan die me opvallen. Ik vind het leuk om dit soort dingen op te merken, wellicht soms een beetje vermoeiend. Het maakt het af en toe lastig om je helemaal in het verhaal te verliezen.

Er zijn wel meer van dit soort ongeschreven dingen die me opvallen. Ik ben er van overtuigd dat heel de charme van de boeken voor de duidelijk verslaafde lezers uit het woordje ‘chuckles’ komt. Uiteraard buiten de liefde, passie en verliefdheid van onmenselijke partners die ook een hoge verslavingsfactor hebben. De mannen in de serie zijn veelvoudig te betrappen op grinniken. De grote stoere, oude en wijze vampier wordt door dit ene woordje ineens het jeugdige, speelse jongetje zonder zorgen. De stoere wolf wordt ineens de jongen die niet obsessief zijn liefde probeert te verklaren maar gewoon gezelschap uitstraalt. Zelfs de norse, bezorgde en onwetende politieman lijkt door het woordje ineens helemaal in zijn liefdevolle vaderlijke element. Ik merk dat ik zelf ook iedere keer dat ik het woord zie staan (wat opvallend vaak is als je er eenmaal op let) een glimlach op mijn gezicht tover.

Stiekem is heel die plotselinge obsessie met de boeken een beetje om te grinniken.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • Twitter
  • RSS

Oud Hollandse spelletjes?

We gingen even een dagje terug in de tijd. We speelden de hele dag Zoo Tycoon terwijl we naar muziek luisterden. In het begin van onze relatie speelden we regelmatig samen computerspelletjes. We bouwden huizen voor onze Sims, maakten de mooiste dierentuinen en ontwierpen pretparken. Toen Vriendlief uit huis ging en we geen ruimte meer hadden om naast elkaar te zitten met twee computers, hield het gezamenlijk spelen ook op.

Maar gister speelden we ineens weer samen. Het was alsof we nooit op waren gehouden. Ik stelde hem op de hoogte dat mijn Hippopotamus zwanger was en hij vertelde me over de twee welpen die zijn cheeta had geworpen. We zaten samen te schelden op de zebra’s; die van hem wilden niet rennen, die van mij wilden zich niet krabben aan de krabpaal. Handelingen die toch echt essentieel waren voor het voortzetten van het spel. Anders dan een paar jaar geleden hadden we ditmaal een uitbreidingsset voor zeedieren en dinosauriërs. De grootste lol hadden we met het uitspreken van de namen van de dino’s.

Erg nuttig was het niet, een dagje spelletjes spelen, maar het was wel weer even ouderwets gezellig. Ik denk dat ik in de nabije toekomst de Sims ook maar weer van stal haal.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • Twitter
  • RSS

Dream a little dream of me

Slapen is één van mijn aangeboren talenten. Hoewel ik volgens de verhalen van mijn ouders hen de eerste vier jaar van mijn leven juist wakker heb gehouden, ben ik nu een geboren slaapkop. Naast de kunst om binnen drie minuten in slaap te vallen, ben ik ook begiftigd met de gave om de meest vreemde en rare dromen te hebben. Misschien dat het een verklaring is voor mijn voorliefde voor fantasy.

Het is dan ook gezond om dromen en wensen te hebben. Zowel grote als kleine. Zo droom ik over een mooie kaart uit een zeventiende eeuwse atlas van Blaeu, ingelijst en aan de muur in de woonkamer. Een minder kleine droom omvat het toch echt eens schrijven van een boek. En dan wel zo’n geweldig boek dat het in minstens 27 talen wordt vertaald, waar ik de rest van mijn leven van kan rondkomen. Minder realistische dromen omvatten wensen als een maandje in de Middeleeuwen leven of toch echt een elfje tegen te komen in de prachtig bloeiende hortensia in de achtertuin. Maar gedurende de dag droom ik ook van dat ene geweldige jurkje, een reisje naar Bali of zo’n lekkere hotdog zoals we drie jaar geleden in Engeland aten. De bibliotheek in mijn enorme huis (uiteraard gekocht met de opbrengsten van mijn boeken) droom ik vol met de mooiste oude handschriften en drukken. Ook realistische dromen die toch nog even moeten wachten; kinderkleertjes zijn ontzettend goed droommateriaal, maar nu nog even niet. Helaas zal het ook altijd bij droomgesprekken met Jim Morrison blijven.

Soms vraag ik me af of ik zo veel te wensen heb omdat ik zoveel slaap en dus veel droom. Of slaap ik juist zo veel omdat ik nog zo veel te dromen heb?

A Midsummer Night's Dream

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • Twitter
  • RSS

Koffie uit een gaatje

“O, stop hier maar,” zei mijn moeder vanochtend tegen mijn vader, “dan gaan we hier koffie uit een gaatje drinken.” Ik krijg meteen enigszins verontrustende visioenen bij dit beeld en kijk mijn moeder vragend aan. “Ja, met zo’n dekseltje en dan een gaatje erin,” legt ze uit. Niet veel later staan we stil bij een tankstation en halen we koffie met een gaatje uit een automaat. Wanneer moeders ontdekt dat er een leuning in de achterbank zit die ze uit kan klappen en waar ze haar koffie in kan zetten, is het plezier helemaal groot. Haar koffie met een gaatje staat in een gaatje. Het zijn soms die kleine dingen die je gelukkig kunnen maken he.

Het doel van de reis viel overigens ook in de categorie ‘kleine dingen die je gelukkig kunnen maken’. De kleine dingen bestonden in dit geval uit zeven pluizige bolletjes hond. De herder van mijn moeders beste vriendin beviel vier weken geleden in de zinderende hitte van zeven pups. Dus zo zat ik vanmiddag op de grond in een stal, in een warboel van haarballen, die afwisselend liefdevol beten en mijn handen likten. Eén voor één vielen ze uiteindelijk allemaal in slaap, eentje koos zelfs mijn moeders schoot als geschikte slaapplaats.

“Het is dat ik zoveel van je hou en dat ik niet wil dat je last van je allergie hebt,” smste ik Vriendlief, “anders had ik straks zeven pups mee naar huis genomen.” Zo’n overkill aan schattigheid kan niemand aan hoor.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • Twitter
  • RSS

Bron van de eeuwige jeugd

“Zo, wat is dat nou weer voor een modern ding?” vraagt de oudere man die naast me zit in de tram terwijl ik aan het lezen ben op mijn BeBook. Ik leg hem uit dat het een apparaatje is om digitale boeken op te zetten. De man is erg geïnteresseerd, heeft vriendelijke ogen en is gezellig om mee te praten.

“Ik vind dat wel jammer hoor, dat ik dat allemaal niet echt meer kan begrijpen. Vorige week nog had ik een gesprek met zo’n aardig grietje, een jaar of 18 was ze. Ze was helemaal in de ban van LP’s, maar ik niet hoor. Doe mij maar gewoon muziek met een goede kwaliteit, minstens een cd. Als ik de computer had begrepen, dan was dat nog beter geweest.”

Ik beaam het en klets gezellig met hem mee. Echt iets inbrengen in het gesprek doe ik niet. Hij wil graag kletsen, even zijn verhaal kwijt. En dat vind ik prima. Ik schat hem op een jaar of zeventig, nog prima ter been, helder van geest en vol in het leven.

“Ik vind het vooral zo jammer dat ik nog maar zo weinig tijd heb,” zegt hij terwijl hij een blik op zijn horloge werpt.
“Alles gaat tegenwoordig inderdaad zo snel, we hebben geen tijd meer om even rustig aan te doen.”
“Nee, nee, niet op die manier. Maar meer zoals toen ik jong was en ik wilde nog iets doen in het leven, dan kon dat altijd later nog. Dat durf ik nu niet meer hoor. Mijn tijd kan er ieder moment opzitten. De tijd is op.”

Er volgt even een kleine stilte. Ik vraag me af of hij ziek is, maar durf dat niet zomaar ter sprake te brengen. Hij vertelt gelukkig zelf snel verder.

“Vroeger ging ik bijvoorbeeld iedere dag tennissen. Altijd, iedere dag. Voor het werk. Dat doe ik nu niet meer. Mijn vrouw is ziek, ze kan niet zo veel meer. Dus ik ben mijn tijd kwijt aan het zorgen. Tijd om te tennissen is er niet meer. Ik ga nu even boodschappen halen in de stad en tegen de tijd dat we dan klaar zijn met lunchen is het alweer een uur of twee.”

Mijn gedeelte van het gesprek bestaat uit glimlachen, knikjes en zinnen die beamen wat hij zegt.

“Toen ik bij het leger aankwam, vroegen ze wat wij jongens aan sport deden. Een paar deden er aan voetbal, maar niet fanatiek of zo. Toen ik tegen mijn meerdere vertelde dat ik tenniste, was hij blij verrast met me. Dat was zeker omdat ik uit Indonesië kwam. Ik was in 1940 op veertienjarige leeftijd al kampioen in Java. Op mijn zestiende speelde ik nog hoger. Maar ja, dan ben je 86, en dan gaat dat niet meer he, dan is de tijd op.”

Ik kijk hem verbaasd aan, of misschien meer verwonderd dan verbaasd. “Dat zou ik absoluut niet zeggen als ik u zo zie meneer,” flap ik eruit.

Hij lacht en zijn hele gezicht lacht mee.

“Dat komt door het tennissen he,” besluit hij.

Terwijl mijn telefoon gaat en we een grapje maken over het verschil in generatie, komt de tram bij mijn halte aan. Ik zeg hem gedag terwijl ik met mijn telefoon en OV-kaart sta te hannesen. Wanneer de tramdeuren zich achter me sluiten, neem ik me voor om ook te gaan tennissen. Zo wil ik ook wel 86 worden.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • Twitter
  • RSS

Speurtocht

Een gedeelte van volwassen worden is zoeken naar wie je bent. Je afvragen wie je bent, waar je voor staat, waar je in gelooft. Wat je op deze aardkloot doet. Moeilijke vragen stellen aan jezelf: Wie ben ik? Wat wil ik? Wat heb ik tot nu toe gedaan en wat wil ik eigenlijk nog doen? Wat heeft het allemaal voor zin? Hoe geef ik betekenis aan mijn leven? Wat voor normen en waarden geloof ik in? Ik denk niet dat iemand de antwoorden ooit allemaal vindt. Maar je dit alles gaan beseffen, jezelf deze vragen stellen, dat lijkt me een signaal van volwassen worden.

Maar wat als je in tegenstrijdige dingen gelooft? Als het denken over deze dingen je geen duidelijkheid geven, maar alles juist onduidelijker maken. Ik geloof in wetenschap. Mezelf een wetenschapper noemen gaat me te ver; daar heb ik denk ik de juiste instelling niet voor. Maar in hoeverre ben ik een wetenschapper als ik ook geloof in dingen die niet te bewijzen zijn? Ik geloof in engelen, in geesten, in een hiernamaals. Ik geloof in God. In hoeverre is dat te verenigen met wetenschap? Daarbij geloof ik ook in het onmogelijke; kabouters en eenhoorns zouden best kunnen bestaan, wellicht op een eiland in de Stille Oceaan dat we nog nooit ontdekt hebben. Ik geloof daarom ook niet in universele waarheden. Er is altijd nog een mogelijkheid dat het niet zo is.

In hoeverre kan ik mezelf Christen noemen? Ik geloof in God, ik geloof in Jezus en ik geloof in de basiswaarden die de Bijbel ons mee probeert te geven. Maar hoe veel is dat waard als ik niet geloof in de kerk, de duivel als zijnde een wezen en het letterlijk nemen van de Bijbel? In hoeverre kan ik mezelf gelovig noemen als ik niet geloof in het Scheppingsverhaal, maar in de Evolutietheorie? En hoe kan ik mezelf serieus nemen als wetenschapper als ik geloof dat God juist deze ontwikkeling in gang heeft gezet?

Het is zoeken naar wie ik ben, waar ik in geloof. De speurtocht naar mezelf heeft me een doolhof ingeleid en mijn keuzes in welke afslag ik moet nemen, brengen me alleen maar verder van een oplossing af. Misschien moet ik gewoon stoppen erover na te denken.

Nobody said it was easy
No one ever said it would be so hard
I’m going back to the start

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • Twitter
  • RSS

De wind door m’n haren

Het leek wel een schilderij. De scheiding tussen de lucht en horizon was zo duidelijk als een zwarte lijn op een wit vel papier, geschreven met een watervaste stift. Hoewel de kleuren van de zee en de lucht sterk op elkaar leken, was het een wereld van verschil. Er waren slechts een paar gelijkgestemde gekken op dit vroege uur te bekennen op het strand. Door het zand ploegend merkte hij op dat we één van de eersten op het strand waren. Het ’s nachts strakgetrokken strand bewees dat; er waren nog geen eerdere voetstappen te zien.

Hand in hand liepen we langs de branding een stukje verder. We keken naar de zee, waar we grote boten zagen. We verbaasden ons over de enorme natuurkracht die de zee eigenlijk was. Ik grinnikte om het aanzicht van vogels die door de golfen op en neer deinsden.

We zaten naast elkaar. Hij met zijn knieën opgetrokken, ik in kleermakerszit. Het gesprek werd vaak gedomineerd door het geluid van de zee en de wind. Ondanks dat er vaak gezwegen werd, kan ik door de geluiden van de zee en de wind niet zeggen dat het stil was. Me even weer een klein kind wanend, zocht ik de mooiste schelpen uit. Ik was vooral gecharmeerd door de schelpen met het grootste contrast tussen de kleuren. Een slakkenhuisje dat in perfecte staat verkeerde, bracht een discussie over de wel of niet bewoonde staat ervan.

De schelpen en het slakkenhuis liet ik op het strand achter. Ik gok dat de wind en de oerkrachten die achter de zee zitten mijn ook mijn gedachtes weg hebben laten waaien. Ze bleven achter op het zand. Ik nam niet meer dan mijn grote liefde mee naar huis.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • Twitter
  • RSS

In de chinese tomatensoep gelopen

Soms heb je van die dagen dat je ’s ochtends al voelt dat er niet veel productiefs gaat gebeuren die dag. Zo’n dag dat je best veel zou kunnen doen, maar het er toch niet van gaat komen. Vandaag zou zo’n dag worden, voelde ik vanochtend toen ik met rugpijn wakker werd. Aangezien Vriendlief vannacht zijn laatste nachtdienst had, wist ik dat hij door vermoeidheid ook geen ambitie had om iets nuttigs te doen. Dus bleven we allebei in slobberkleding zitten, gewoon lekker ontspannen. Ik computerde een beetje, werkte op mijn gemakje aan mijn scriptie en las wat. Een perfect luierdagje.

Totdat om half drie de bel ging en Vriendliefs moeder, tante, neefje en nichtje ineens voor de deur stonden. Daar stond ik dan, in m’n joggingbroek, slobbershirt en zonder make-up. Ik keek ze verbaasd aan, geheel in de veronderstelling dat ze niet deze week, maar over twee weken zouden komen. Na de eerste verbazing werd iedereen van drinken voorzien, werden er een paar kleine rommeltjes weggelegd en trok ik even snel iets fatsoenlijkers aan. Er werd vooral gelachen om het misverstand.

We lieten het huis zien, kletsten wat en besloten chinees als avondeten te halen. Samen met Schoonmoeders zat ik te wachten op het bankje van de chinees toen ze ineens in de lach schoot. “Je blik toen je de deur opendeed was goud waard.” Ik kan het me levendig voorstellen.

Een in de soep gelopen niks-doe-dagje, dat uitliep in een Chinese rijsttafel met tomatensoep.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • Twitter
  • RSS